Het verval van de Unie
De Europese Unie bestaat omwille van drie fundamentele krachten: de emotie voor vrede na twee wereldoorlogen, de geest van internationalisering na de val van het Communisme, en de ratio van trans-Atlantische eenheid. Dat historische DNA is aan het muteren. De Tweede Wereldoorlog is te lang geleden om eenheid te brengen. Grenzen en nationalisme zijn helemaal terug. Amerika glijdt weg. Europa is het spoor bijster en is hard op weg naar nergens.
Doordat nationale regeringen uiteindelijk de agenda en de beslissingen van de Europese Unie bepalen, is die Unie de rechtstreekse afgeleide van nationale politiek. Bij gebrek aan bindings-DNA wordt Europa daardoor spontaan het toneel van nationaal opbod. Die trend van interne verdeeldheid gaat steeds dieper. Als hij niet wordt gekeerd, wordt hij levensbedreigend voor de Unie.
Grote landen
Als er een doorbraak zou moeten komen, zijn uiteraard de grote landen aan zet. Lijst ze maar op. Het Verenigd Koninkrijk gaat weg en staat op de rand van politieke implosie. Duitsland is aan het zwalpen. Zijn zombiekanselier is politiek dood, maar blijft wel regeren. In Frankrijk vecht president Macron voor zijn presidentschap en zijn toekomst. Italië heeft lak aan de Unie, net als Polen. Spanje is economisch zwak en intern verdeeld. Er is gewoon geen soortelijk gewicht dat de weegschaal kan doen bewegen.
Vroeger had de Europese Commissie meer politieke macht, denk maar de fameuze periode met Jacques Delors eind jaren 1980. Maar de lidstaten hebben zelf de Commissie gedegradeerd tot een bureaucratische machine die de politieke lijnen van de Europese Raad – zijnde de verenigde nationale regeringen – moet realiseren. Er is geen ruimte meer voor een Europese dimensie als het nationale niveau afzegt.
Vroeger stond de Europese interne markt garant voor economische dynamiek en welvaartscreatie. Dat maakte Europa tot een tastbare bron van vooruitgang. Europa maakte iedereen beter. Dat verhaal wordt intussen overheerst door het euro-gedoe. Permanente budgettaire discipline is opgelegd als bandbreedte om de euro leefbaar te houden bij gebrek aan volwaardige muntunie. In de praktijk legt dat een vernis van budgettechnocratie op politieke keuzes, vergroot ze spanningen tussen lidstaten en ondermijnt ze relance in zwakkere lidstaten.
Economische meerwaarde
De economische meerwaarde van de Unie is grotendeels opgeofferd aan een politiek project van een gemeenschappelijke munt die maar kan renderen als één van de volgende twee zaken gebeuren: ofwel een diepere integratie, ofwel een kleinere eurozone van toplanden. De eerste betekent permanente transfers van Noord naar Zuid, de tweede betekent een permanente scheiding tussen Noord en Zuid, om nog van Oost-Europa te zwijgen. Rijkere landen steigeren bij de eerste optie, armere landen bij de tweede.
De Europese machinerie in Brussel en daarbuiten produceert natuurlijk door. Er worden projecten gelanceerd, ambities verkondigd, de ambtenarij en de papierwinkel draaien. Maar wat is nog de toegevoegde waarde van al die organen, instellingen, commissies en voorzitters? De Unie vaart tegen de stroom van de hedendaagse politiek in. Ze beheert haar eigen verval.
Dat maakt de Unie niet nutteloos, zoals ze intussen ook in Londen weten. Maar zonder project en cohesie, wordt de Unie zoals de Verenigde Naties: meer een last dan een lust, meer een droom dan werkelijkheid, meer een plicht dan een hoop. Tot Italië Griekenland wordt en de boel kapseist.
Weergave van column in Trends, geschreven in eigen naam.