Naar overzicht

Simplify education

Dit rapport stelt dat een belangrijke schakel in het debat over onderwijskwaliteit vandaag ontbreekt, namelijk de schooldirecteur. Dat is de persoon die alle maatregelen uiteindelijk tot op de klasvloer moet krijgen. Itinera bracht daarvoor bestaand wetenschappelijk onderzoek, wetgeving en cijfers van de Vlaamse overheid en de onderwijsinspectie samen.

Auteur van het rapport is Kristien Bruggeman, Visiting Fellow bij Itinera, oprichter van LAB Gedreven Onderwijs en directeur van LAB Sint-Amands. "Een overheid of onderwijskoepel kan honderden goedbedoelde maatregelen bedenken en opleggen: als de schooldirectie geen tijd of ruimte krijgt, verandert er nauwelijks iets in de klas zelf", zegt Bruggeman.

Lasagnemodel: geklemd tussen bestuur en overheid

De onderwijskwaliteit staat al jaren onder druk. Bestaande adviesorganen wijzen daarvoor al langer naar het curriculum, de lerarenopleiding en de waardering van het beroep. Itinera voegt daar een element aan toe dat tot nu toe onderbelicht bleef: de positie van de schooldirectie. Die staat niet aan het hoofd van een autonome school, maar op het kruispunt van twee gezagslijnen: verantwoording aan het schoolbestuur en regels van overheid en koepel.

Ook het eigen statuut biedt weinig houvast: directeur worden is wettelijk louter een stap hogerop in de lerarenloopbaan, binnen regelgeving daterend uit 1991 die vooral voor leerkrachten is geschreven. Een eigen omschrijving van het ambt bestaat niet.

Daarbovenop voerde de overheid de voorbije jaren losse campagnes in rond planlast, aanvangsbegeleiding en gelijke kansen, zonder structureel een verschil te maken. "Dit is wat we noemen het "lasagnemodel"”, zegt Kristien Bruggeman, auteur van het Itinera-rapport. “Elke bestuurslaag stapelt eigen regels bovenop wat van hogerop komt en de schooldirecteur is het punt waar de druk van al die lagen samenkomt. Vooral in kleinere scholen, waar de directeur nog zelf voor de klas staat en alle administratie alleen draagt, weegt dat zwaar.”

Wel gecontroleerd, niet bijgestuurd

Ook wanneer een school wordt doorgelicht, verandert er niet automatisch iets. De onderwijsinspectie stelt wel vast, maar confronteert een leerkracht niet rechtstreeks met die vaststelling. Dat moet de schooldirectie zelf doen en daar ontbreekt structureel de tijd of de bevoegdheid voor. In het gesubsidieerd onderwijs, goed voor het grootste deel van de scholen, ligt de bevoegdheid om een leerkracht te evalueren bijvoorbeeld niet bij de directeur, maar bij het schoolbestuur. 

Onderzoek bij 44 directeurs en 600 leerkrachten (UAntwerpen) toont wat dat betekent: amper 35% ziet de kwaliteit na een controle door de onderwijsinspectie ook echt verbeteren."Geef de schooldirectie een eigen statuut, minder rompslomp en de bevoegdheid om na een doorlichting ook echt in te grijpen. Pas dan voelt een school het verschil", besluit Bruggeman.

Daarom pleit Itinera voor:
•⁠  ⁠Een eigen wettelijk statuut voor de schooldirectie, los van de lerarenloopbaan, met echte bevoegdheid over personeelsbeleid en pedagogische koers.
•⁠  ⁠Minder administratieve rompslomp, vooral voor kleine scholen.
•⁠  ⁠Schoolbesturen die worden teruggedrongen in hun toezichthoudende rol, met een verplichte doorlichting van de relatie tussen bestuur en directie.
•⁠  ⁠Doorlichtingsresultaten die gekoppeld worden aan een systeem dat de schooldirectie ook echt toelaat bij te sturen.
 

Whitepaper Itinera Simplify Education.pdf
(3.46 MB) Downloaden