Naar overzicht

Zachte feedback is een daad van egoïsme

In onze maatschappij verpakken we feedback tegenwoordig in watten. De scherpe kantjes van kritiek worden eraf geveild. Een moeilijke boodschap wordt ingeleid met drie complimenten, afgezwakt met ‘misschien’ en ‘eventueel’, en afgesloten met de verzekering dat het eigenlijk al heel goed was. Wie onomwonden zijn mening deelt, wordt snel als bot aanzien. 

Natuurlijk moet je geen eikel zijn. En natuurlijk is het goed je in te leven in de ander. Maar de meest constructieve lessen worden vaak zonder siroop ingelepeld. De ruwe kantjes van een boodschap veilen, is goed bedoeld, maar het heeft een prijs: we horen steeds minder vaak wat we echt moeten horen. 

En dan is er het ondernemerschap. Dat is misschien wel de laatste plek waar feedback nog ongefilterd binnenkomt. De markt kent geen tact. De markt begint niet met een compliment. Zet een product of dienst in de wereld en je weet verrassend snel of je goed bezig bent of niet. Laat je het als ondernemer hangen, dan lees je het binnen de kortste keren in je omzetcijfers. Manage je je mensen slecht, dan voel je de impact daarvan sneller dan eender welk hr-rapport je kan vertellen. De muur waar je op afstevent blijft van baksteen, niet van wol. 

Die kant van ondernemen wordt zelden belicht. We praten graag over vrijheid, over risico, over de romantiek van het bouwen. Maar de echte luxe is dat je op korte tijd extreem waardevolle, snelle en eerlijke feedback krijgt. Gratis, al betaal je wel leergeld. En voortdurend. De markt heeft altijd gelijk, en ze windt er geen doekjes om. Ik kan me geen baan indenken waar je zó snel de leerkansen voor het rapen hebt. 

Bij de succesvolste ondernemers zie je telkens weer hetzelfde patroon. Het zijn niet per se de slimste mensen, en zelden die met het beste oorspronkelijke idee. Het zijn degenen die het snelst leren van feedback, die de signalen tijdig onderscheppen en er iets mee doen. Zij schieten niet in de verdediging wanneer de markt ‘nee’ zegt, maar vragen zich af wat dat hun probeert te vertellen. Voor hen is een mislukt experiment geen nederlaag maar een datapunt. 

In mijn eigen bedrijf probeer ik dat toe te passen. Werken we voor een klant, dan zetten we zo snel mogelijk een minimum viable solution neer: iets tastbaars dat snel kan worden getest. Een tijd geleden begeleidde ik een klant rond productinnovatie. Strategisch hadden we keuzes gemaakt die stevig zouden wegen op zijn aanbod. In plaats van daar blind in mee te gaan, hebben we experimenten opgezet waarmee we razendsnel feedback uit de markt konden ophalen. Niet omdat de strategie bij voorbaat slecht was, maar omdat een strategie een hypothese is zolang de markt ze niet bevestigd heeft. Hoe sneller je faalt, hoe minder het zal kosten. 

Uiteindelijk draait het om je rate of experimentation : hoe vaker je de markt iets voorlegt, hoe sneller je leert, hoe kleiner je vergissingen blijven. Hoe sneller je test, hoe beter. Wie zes maanden in stilte bouwt, krijgt na zes maanden één keer feedback. Wie elke twee weken iets lanceert, krijgt ze twaalf keer. 

Misschien is dat wel de mooiste les die het ondernemerschap ons te bieden heeft, ver voorbij de businessplannen en de pitchdecks. Harde feedback is geen bedreiging, wel het snelste pad naar beter worden. Wie elke dag door de markt gecorrigeerd wordt, leert wat de rest van de maatschappij stilaan verleert: dat je van mierzoete zou-het-kunnen-dat’jes niets opsteekt. Wie feedback al te veel verbloemt, is wel erg egoïstisch. Want je ontneemt je medemens een leerkans.

Julien De Wit, de auteur is publicist, ondernemer, eigenaar van het strategisch consultingbureau Thinkahead Inc en onderzoeker bij de denktank Itinera. www.juliendewit.be

Weergave van column in Trends, geschreven in eigen naam.