Naar overzicht

Ongelijkheidskramp

Bij de aanhef van elk nieuw jaar, perfect getimed om Davos te verstoren, heft Oxfam een klaagzang over de ongelijkheid aan. Ook dit jaar is het onheil troef: ‘seksistische economieën drijven een ongelijkheidscrisis, waarbij een rijke elite fortuinen vergaart ten koste van gewone mensen en in het bijzonder van vrouwen en kinderen’, aldus het kersverse rapport. En dan volgt een batterij cijfers over vermogensongelijkheden die ons een geweten moeten schoppen.

Ik ben er gevoelig voor. Er is veel ruïne in veel naties, veel corruptie, veel misbruik, veel onrecht. In veel ontwikkelende landen zijn de rechten van vrouwen en kinderen onderontwikkeld. Maar wat moeten wij in het rijke Westen, met onze rijpe welvaartsstaten, zware overheden en duizelingwekkende relance-uitgaven maken van deze noodkreet? Met veel misbaar haalt Oxfam miljardairs door de mangel. Met wat de tien rijkste mannen aan vermogen hebben bijverdiend, zouden we de hele wereld tegen corona kunnen vaccineren.

Dat is vanzelfsprekend zeer sprekend. Maar wat hebben Elon Musk, Jeff Bezos, Mark Zuckerberg en co gemeen? Het zijn allemaal topondernemers. Ze zijn dus niet rijk geworden met vrouwen en meisjes te bestelen, maar door waarde te scheppen op wereldschaal. Hun rijkdom is onze consumptie en levenskwaliteit. Hun rijkdom is grotendeels virtueel: ze is de tijdelijke expressie op de aandelenmarkt van het huidige en verhoopte toekomstige succes van hun bedrijf. Ze kunnen die niet gemakkelijk verzilveren maar wel gemakkelijk verliezen. Amazon piekt door corona. Tesla is een bubbel.

Markt gekaapt of gezonde concurrentie?


Als het Oxfam menens is dan moet het voorbij de verontwaardiging naar de oorzaken van ongelijkheid kijken. Neem de vermaledijde internetgiganten. Is de markt door hen gekaapt of is er gezonde concurrentie? Is hun businessmodel, van de privédata tot hun personeelsbeleid, legitiem? Betalen ze een fair aandeel vennootschapsbelasting? Dat zijn de echte vragen om goede van slechte ongelijkheid te scheiden. Ze liggen allemaal politiek op tafel. Laten we beter internationaal reguleren en belasten. Dan kunnen we de eindongelijkheid vooral als de verdienste van succes en vooruitgang vieren.

Het is schrijnend hoezeer de coronacrisis onderliggende sociaaleconomische ongelijkheden versterkt. Maar is het ooit anders in tijden van crisis? Wat telt, is welk crisisbeleid daartegenover staat. Jarenlang hebben overheden en centrale banken met goedkoop geld de economie en bedrijven gestut. Steeds grotere vermogensongelijkheid is het bijproduct van aandelenmarkten die high worden van lage rente. De overheden redden jobs en vermijden werkloosheid, maar veroorzaken daarmee ook meer ongelijkheid. Het is al te gemakkelijk op het laatste te kappen zonder het eerste te onderkennen.

Globalisering steevast de kop van jut


Globalisering is de beste machine voor minder armoede en minder internationale ongelijkheid. Dankzij de handel met rijke landen zijn vele honderden miljoenen mensen aan armoede ontsnapt, tot en met een nieuwe wereldwijde middenklasse. Desondanks was globalisering steevast de kop van jut voor de gelijkheidsstrijders bij Oxfam en elders. Met globalisering komt immers ook een geglobaliseerde elite die wereldwijd inkomen verdient, de rode miljardairslap op de spreekwoordelijke stier.

Vandaag stokt de globalisering en herneemt de armoede. Ik hoor weinig van de oude globaliseringskritiek. Nationalisme is terug en het is eigen economie eerst. Nefast voor de ontwikkelingskansen van de armste regio’s. Maar verwacht niet dat Oxfam ineens handel en globalisering ontdekt. Neen, het devies is de rijken belasten. Wereldwijd natuurlijk, want anders glippen ze door de mazen. Dat zal hoegenaamd niets veranderen aan de grondoorzaken van ongelijkheid. De ongelijkheid verdient echt beter dan de ongelijkheidskramp bij Oxfam.

Weergave van column in Trends, geschreven in eigen naam.