Naar overzicht

De ontmanteling van de kenniseconomie

We noemen onszelf een kenniseconomie. Onze welvaart draait niet op grondstoffen, maar op onze grijze massa. Tegelijk zijn we onze kenniseconomie aan het ontmantelen. Het verontrustende is: we merken het amper. Het vermogen om zelfstandig te denken erodeert. Onze capaciteit om probleemoplossend te werk te gaan eveneens. Niet de bereidheid om hard te werken gaat verloren, want die is er vaak wel, maar het talent om met een onverwachte situatie om te gaan, een probleem van meerdere kanten te benaderen en te schakelen zonder script. 

We hebben toegang tot meer informatie dan ooit, maar dat heeft ons ook lui gemaakt: waar we vroeger een probleem uitdiepten tot we het begrepen, googelen we nu het antwoord of laten we het genereren door AI. Het denken lijkt optioneel geworden. Terwijl net dat wroeten op een probleem, dat intellectueel op je tenen staan, zorgt voor groei en een beter probleemoplossend vermogen. Die vaststelling is pijnlijk. Ze is het resultaat van een dubbele ontmanteling: we hebben de waarde van kennis ondergraven én de structuren afgebroken waarin kennis zich tot denkkracht ontwikkelt. 

De eerste beweging is cultureel. Een mening hebben weegt vandaag zwaarder dan kennis van zaken. Experts worden weggezet als “slechts experts”. Het onderwijs heeft jarenlang kennis ingeruild voor “vaardigheden”, terwijl kennisoverdracht de noodzakelijk is voor elke vaardigheid. Ondertussen verliezen we ook de basishandelingen die het denken voeden: lezen en schrijven. We scrollen meer dan we lezen en consumeren fragmenten in plaats van argumenten. Schrijven is denken in slow motion: het dwingt je om gedachten te ordenen, te wegen, te schrappen. Wie die processen overslaat, verliest niet enkel vaardigheden, maar ook een training in denken. 

De tweede beweging is structureel. We trainen mensen in protocollen, niet in oordeelsvorming. We belonen efficiëntie, niet het experiment. Wat al die trends verbindt, is intellectuele luiheid. En die versterkt zichzelf: wie kennis devalueert, investeert er minder in, waardoor minder mensen zelfstandig kunnen denken. Dat leidt op zijn beurt tot een devaluatie van kennis en die cirkel gaat door. Het voorbeeld van UGent-rector Petra De Sutter illustreert dat pijnlijk. Zij gebruikte in haar rectorale openingsrede citaten die door AI verzonnen waren. Wat het voorval zo symbolisch maakt, is niet de fout maar de context: de rector van een kennisinstelling bleek intellectuele zorgvuldigheid uitbesteed te hebben aan een taalmodel. 

Aan de basis van die intellectuele luiheid ligt een misvatting: we denken dat kennis toegankelijker is dan ooit. Maar dat is een misverstand. Wat toegankelijker is geworden, is informatie, maar informatie is geen kennis. Kennis is informatie die ergens aan vasthangt: aan een kader en andere inzichten. Kennis zit ingebed in je brein, niet in een zoekmachine. Ze ontstaat pas als losse feiten betekenis krijgen doordat je ze kunt verbinden met wat je al weet. Informatie is er vandaag in overvloed. Kennis niet. 

En dan is er nog wijsheid : kennis waaraan ervaring vasthangt. De intuïtie om te weten wanneer je welke kennis inzet, en wanneer niet. Je kunt buitengewoon belezen zijn en toch geen wijze beslissingen nemen. Die drie niveaus lopen in het publieke debat voortdurend door elkaar, maar wie gelooft dat een Google-zoekopdracht gelijkstaat aan kennis, overschat wat hij weet en onderschat wat hij mist. Een samenleving die het denken uitbesteedt, zet haar toekomst in de uitverkoop. 

Probleemoplossend vermogen is geen eigenschap die je installeert via een training. Het is een spier die sterker wordt door gebruik, frictie, confrontatie en herhaling. Door te lezen wat niet onmiddellijk rendeert. Door te schrijven wat je dwingt helder te denken. Wie dat vermogen terug wil, moet ophouden het aan alle kanten af te breken.

Julien De WitDe auteur is publicist, ondernemer, eigenaar van het strategisch consultingbureau ThinkAhead Inc en onderzoeker bij de denktank Itinera. www.juliendewit.be 

Weergave van column in Trends, geschreven in eigen naam.