Welvaart is geen natuurwet
We leven in een samenleving die veel heeft opgebouwd. Toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, sociale bescherming, carrièremogelijkheden en een zekere levenskwaliteit zijn voor velen geen uitzonderingen meer. Dat is beschaving. Het wordt evenwel problematisch wanneer verworvenheden zo normaal worden dat we ons geen wereld zonder kunnen voorstellen. Wat eerst een collectieve inspanning was, verandert in een individueel recht. Wat opgebouwd werd, lijkt vanzelfsprekend. Daar begint de entitlementmaatschappij. Het is de stille overtuiging dat economische groei normaal is en een diploma automatisch perspectief oplevert. Dat elke baan naast loon ook zingeving, flexibiliteit, snelle promotie, status én persoonlijke ontplooiing zal garanderen.
In een entitlementmaatschappij hanteren we een consumentenlogica in domeinen die daar niet voor bedoeld zijn. De student wordt klant en de universiteit leverancier. We beschouwen onze baan als een product dat moet bevallen. De burger behandelt beleid als klantendienst. Voor we het goed en wel beseffen, beginnen we te geloven dat de wereld zich zal aanpassen aan ons in plaats van wij aan de wereld.
Entitlement is begrijpelijk in tijden van welvaart. Alexis de Tocqueville merkte al op dat hoe welvarender en gelijker samenlevingen worden, hoe sterker het gevoel groeit dat men recht heeft op verdere verbetering. Verwachting wordt norm. Norm wordt recht. We mogen bepaalde verworvenheden normaal vinden. Maar verwachtingen die zich losmaken van de voorwaarden die ze mogelijk maken, worden gevaarlijk. Entitlement kan verglijden in verwendheid. En wie verwend raakt, boet in aan veerkracht en flexibiliteit. Terwijl net dat cruciaal is in onzekere tijden.
We staan voor een periode van geopolitieke spanning, technologische disruptie, demografische verschuivingen en budgettaire druk. Welvaart is geen natuurwet. Stabiliteit is geen permanente toestand. Economische groei is geen moreel recht. Toch reageren we vaak met verontwaardiging wanneer structuren beginnen te schuiven. Dat is niet alleen een culturele kwestie, het is ook een strategisch probleem. Wanneer we geloven dat bepaalde uitkomsten vanzelfsprekend zijn, verliezen we het vermogen om in alternatieven te denken. Wanneer verwachtingen verharden tot rechten, voelt elke afwijking als onrecht.
Cognitieve flexibiliteit betekent dat je durft te denken buiten wat je gewend bent. Institutionele flexibiliteit betekent dat organisaties hun structuren aanpassen wanneer de context verandert. Psychologische veerkracht betekent dat je teleurstelling niet automatisch als onrecht interpreteert, maar als onderdeel van een dynamische realiteit. Het ironische is dat elke generatie in tijden van voorspoed vatbaar wordt voor dat mechanisme. Wie opgroeit in stabiliteit verliest het besef van fragiliteit. Overleven in geopolitiek uitdagende tijden begint met de erkenning dat de toekomst onzeker is. Dat scenario’s waarin onze huidige voordelen niet gegarandeerd zijn geen doemdenken zijn, maar verantwoordelijk denken. Dat welvaart onderhoud vergt. Dat stabiliteit een project is, geen gegeven. De vraag die we ons moeten stellen, is niet langer: is A, B of C niet vanzelfsprekend? Wel: hoe hóúden we A, B en C vanzelfsprekend? De ene vraag wordt gesteld vanuit entitlement, de andere vanuit verantwoordelijkheid.
Misschien moeten we opnieuw het onderscheid leren tussen wat verwachting is en wat garantie. Een samenleving die haar verworvenheden als permanent beschouwt, verliest haar vermogen om ze te beschermen. De toekomst zal niet draaien rond wie het luidst opeist wat hij denkt te verdienen. Ze zal draaien rond wie zich het snelst kan aanpassen om te behouden wat vandaag nog normaal lijkt.
Julien De WitDe auteur is publicist, ondernemer, eigenaar van het strategisch consultingbureau Think Ahead Inc. en onderzoeker bij de denktank Itinera. www.juliendewit.be
Weergave van column in Trends, geschreven in eigen naam.