Naar overzicht

Regeren, nu!

Kamer van Volksvertegenwoordigers

De moeder aller verkiezingen in 2024 zal eind 2022 als een berg voor de federale regering staan. Volgend jaar is daarom erop of eronder voor de Vivaldi-coalitie. Kan ze het beheer van de coronacrisis alsnog overstijgen en echt beleid voeren?

De voortekenen zijn ongunstig. Wat Vivaldi tot op heden aan beleidswerk ondernam, was al even spectaculair in gehannes als in desillusie. In arbeidsmarktbeleid baarde een werkgelegenheidsconferentie zelfs geen muis, alleen clichés gevolgd door oorverdovende stilte. Een zoveelste pensioenplan zette de duurzaamheid van ons pensioenstelsel nog maar eens op de helling met holle beloftes, om vervolgens verticaal te worden geklasseerd.

En dan was er de kernuitstap. Bij het schrijven van deze regels nog niet beslecht, wellicht wel bij het lezen daarvan. Wat de uitkomst ook zij, dit is een verhaal van alleen verliezers. Een kernuitstap betekent een mokerslag voor de klimaatambities, de bevoorradingszekerheid, de prijscompetitiviteit en de geopolitieke onafhankelijkheid van onze energie- en elektriciteitsvoorziening. Geen kernuitstap en we staan andermaal met de billen bloot als een land dat nooit tijdig, strategisch en helder politieke keuzes maakt en daarom altijd maar tijd en energie verkwist aan rondjes draaien.

Vivaldi heeft veel van die Belgische bestuursmalaise geërfd. Maar ze heeft die erfenis zelf verergerd. Het regeerakkoord bevat niets dan vage voornemens, behalve waar hogere uitkeringen gratuit worden beloofd. Dat is een val die de regering voor zichzelf heeft gezet. Elke beleidsmaatregel vergt ad hoc regeringsvorming, met voorspelbare heisa in alle media. Alle klassieke partijen in de federale regering gaan door een existentiële crisis. In Wallonië en Vlaanderen, vanuit extreemlinks en vanuit nationalistisch- en extreemrechts, is de regering een schietschijf die haar deelnemende partijen nog in een grote spreidstand dwingt.

Partijbelang vrijwaren

Je zou bijna medelijden hebben met de partijvoorzitters. Er is nagenoeg geen mogelijkheid tot sterk federaal beleid zonder het electoraal voortbestaan voor een of andere regeringspartij te dwarsbomen. Partijvoorzitters moeten het partijbelang vrijwaren door oppositie te voeren tegen de regering waaraan ze deelnemen, een kunst die vooral in Wallonië wordt beoefend, door Paul Magnette en Georges-Louis Bouchez. Dat verziekt de sfeer en vernauwt nog verder het speelveld voor politieke actie.

Het is diep cynisch maar het is waar: deze federale regering heeft geluk met corona. Een pandemie heeft alle wetten van de dagjespolitiek gewist. De regering kan maatregelen nemen die elke democratie anders zou verfoeien. Begroting en schulden zijn van geen tel. In andere landen leidt dit tot een enorme ambitiegolf. Onze buurlanden mobiliseren tientallen miljarden voor de combinatie van economie en ecologie. In Zuid-Europa openen de sluizen met honderden miljarden Europese relancesteun. Industriële strategie op grote schaal wordt net buiten onze grenzen beoefend, voor het eerst sinds de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog.

België, met al zijn geledingen, heeft noch de vuurkracht noch de daadkracht die onze grootste concurrenten en handelspartners betonen. Relanceplannen à gogo, vol retoriek, maar ze verwateren en meanderen in honderden doelstellingen die vooral basisinfrastructuur en normale overheidswerking dienen. De toekomst zal in dit kantelmoment minder in België en zijn regio’s versneld en gemaakt worden dan in de ons omringende landen, terwijl Zuid-Europa een grote inhaalsprong kan maken.

De Belgische bestuursniveaus, het federale op kop, kreunen onder tonnen overheidsschuld en versmachtende lagen van complexiteit en overleg. Te midden een crisis zien we wat het gevolg is van structureel wanbeleid: onmacht, kwetsbaarheid, achterstand en een verdere verzuring van samenleving en politiek. De loonvorming in dit land is een karikatuur van centralistische planning, met automatische indexeringen en veralgemeende loonnormen. De toegevoegde waarde van het sociaal overleg in deze cruciale dimensie van concurrentiekracht, banencreatie, productiviteit en sociale rechtvaardigheid, is nul komma nul. De overlegstructuren staan en ze dienen het eigen gelijk. Het systeem bestaat om de disfunctie van het systeem in stand te houden.

Het is niet te geloven dat het spook van de looninflatie uit de jaren 1970 opnieuw boven onze hoofden hangt. Het is niet te geloven dat het structurele begrotingstekort, dat de crisisimpact weglaat, bij ons veel groter is en blijft dan in onze buurlanden. Het is niet te geloven dat te midden een gigantische schaarste aan inzetbaar talent, met tienduizenden knelpuntvacatures, politieke energie gaat naar minder werken en lagere pensioenleeftijd. Het is niet te geloven dat de kernuitstap geen én-én verhaal is terwijl we in Duitsland dagelijks zien welke Ruslandafhankelijkheid we dan organiseren.

Zal Vivaldi in 2022 alsnog doorbraken kunnen forceren? Het is niet onmogelijk. Het is zeker noodzakelijk. We kunnen niet lijdzaam blijven toekijken terwijl de welvaart en het welzijn van deze kleine open economie en samenleving stelselmatig eroderen. Politiek is de kunst van het haalbare en het is haalbaar om in sommige werven alsnog de krachten te bundelen. Relancebeleid is vatbaar voor meer strategische focus, via een combinatie van private en publieke middelen. We hebben de knowhow om te kiezen waar we het verschil kunnen maken door overheden en bedrijven te verbinden. Laat al de rest vallen.

Voluntaristisch zijn

Een belastinghervorming is overrijp. Er zijn inzichten genoeg om ons hypercomplexe belastingsysteem eenvoudiger, efficiënter, rechtvaardiger, duurzamer en ondersteunend voor welvaartscreatie te maken. Het is 2022 of niet. Een grote belastinghervorming vergt tijd om zich te settelen naar impact op gedrag en inkomsten. Te midden een crisis, met de begrotingsregels tijdelijk opgeheven, is het moment. Neem het of vergeet het. Het is gemakkelijk hier een pensioen déjà-vu te hebben. Die hervorming is ook al elvendertig keer voorbereid. Maar laten we voor één keer voluntaristisch zijn.

Dan is er de gezondheidszorg. De betaalbaarheid daarvan, gegeven steeds toenemende behoeften, mogelijkheid en noden – nu ook pandemische – is structureel problematisch. Hefbomen voor effectiviteit, kwaliteit, preventie en bijkomende financiering via een tweede pijler van zorgverzekeringen, zijn universeel bekend en beproefd. Het is niet onmogelijk die ook op ons systeem los te laten, rekenend op de inzet en de kwaliteit van het artsenkorps en het zorgpersoneel waarin we historisch sterk staan.

Laten we met z’n allen dit beseffen: ondernemen en welvaart creëren in dit land, met zijn torenhoge belastingen, zijn peperdure energie, zijn hoge lonen en nog hogere loonlasten, zijn schaarse industriegronden, zijn zeldzaam inzetbaar talent, zijn permanente files, zijn zware procedures en logge overheden, is nu nog moeilijker geworden dan voorheen. De hefboom voor publieke investeringen is hier zwakker, de marge voor publiek-private samenwerking kleiner, de ruimte voor strategische innovatie smaller.

De politiek heeft haar bedje gespreid als zelden tevoren. De pandemie, de klimaattransitie, het industrieel beleid, het Europese relancegeld, de strategische autonomie ten aanzien van China en de VS: er liggen hele boulevards open voor politieke actie die schier enkele jaren geleden nog compleet ondenkbaar waren. België kan en mag niet verder verzinken in chaos en stilstand. Het is regeren geblazen, nu!

Weergave van column in Trends, geschreven in eigen naam.