‘Maatschappelijke weerbaarheid kweek je net in tijden van relatieve rust’
“The only thing we have to fear is fear itself.” Toen Franklin D. Roosevelt die woorden uitsprak bij zijn inauguratie in 1933, zat Amerika in de diepste economische crisis uit zijn geschiedenis. Banken vielen om, de werkloosheid explodeerde, het vertrouwen was verdampt. Maar Roosevelt begreep iets essentieels: het grootste probleem was niet de crisis zelf, maar het verlies van het grotere verhaal. De American Dream leek lekgeprikt. Zijn eerste prioriteit was niet louter economisch herstel, maar het herstellen van het metaverhaal.
Vandaag spreken we veel over veerkracht. Maatschappelijke veerkracht, economische weerbaarheid, geopolitieke resilience. Het woord duikt op in beleidsnota’s, partijprogramma’s en keynotes. Maar vraag aan tien mensen wat het precies betekent, en je krijgt twaalf antwoorden. Politici vullen het in als crisisbeheer. Bedrijfsleiders als supply chain-diversificatie. Academici als adaptief vermogen. Het concept is overal, maar nergens wordt het scherpgesteld.
Zoals ik schrijf in mijn jongste boek, de Comeback Code, is voor mij maatschappelijke veerkracht in essentie het vermogen om het grotere verhaal te behouden terwijl een samenleving onder druk staat. Niet de afwezigheid van schokken, maar de capaciteit om ze te absorberen. De bereidheid om ze te absorberen ook. En die bereidheid is niet al te groot.
Kijk naar wat er vandaag gebeurt. De oorlog in Iran en de sluiting van de Straat van Hormuz hebben geleid tot wat het Internationaal Energieagentschap de grootste verstoring van de wereldwijde oliemarkt ooit noemt. Olieprijzen zijn in korte tijd enorm gestegen. Europa kijkt aan tegen een tweede energiecrisis in vier jaar, met historisch lage gasvoorraden en tekorten die zich vanuit Azië richting ons continent verplaatsen.
De reactie is veelzeggend: meteen roepen we om steunmaatregelen. De bereidheid om zelfs tijdelijk pijn te incasseren voor een gedeeld belang is minimaal. Niet omdat mensen egoïstisch zijn, maar omdat onduidelijk is waarvoor die pijn zou dienen. Er is geen verhaal dat de last draaglijk maakt.
In deze tijden van maatschappelijke onzekerheid, hoor je amper een politicus articuleren waar we naartoe willen. Er is amper iemand die een wervend verhaal schetst. Negativiteit en pessimistische analyses zijn er dan weer bij de vleet.
Beleid wordt intussen gepresenteerd als technische correctie op de werkelijkheid. Politici communiceren in losse, op zich staande maatregelen, niet in plannen of narratieven.
Toch is net dat cruciaal. Veerkracht is een narratieve eigenschap van samenlevingen. Mensen verdragen onzekerheid en ongemak wanneer ze geloven dat het ergens toe leidt, wanneer ze deel uitmaken van iets dat groter is dan henzelf. Zonder dat verhaal is elke schok een breekpunt.
Neem de Blitz in Londen, tijdens de wereldoorlogen. Zelfs in die penibele omstandigheden was het aantal zelfmoorden erg laag. Waarom? Omdat er te midden van al die ellende een samenhorigheid was. Een 'team' om bij te horen. Een verhaal om te onderschrijven, namelijk het verhaal tegen het fascisme.
Roosevelt begreep dat zoals gezegd. Zijn New Deal was niet alleen een reeks economische maatregelen, maar ook een herformulering van het sociale contract. Een verhaal over collectieve verantwoordelijkheid en gedeelde toekomst. Het beleid werkte deels omdat het beleid was, maar vooral omdat het ingebed was in een narratief dat mensen richting gaf. Het maakte opoffering draaglijk omdat het die opoffering een bestemming gaf.
‘Maatschappelijke veerkracht is in essentie het vermogen om het grotere verhaal te behouden terwijl een samenleving onder druk staat’, schrijft Julien De Wit voor de Vrijdaggroep.
Vandaag horen we politici vooral spreken in termen van opoffering, maar niet in termen van 'waarom'.
En dat vacuüm is niet onschuldig. Mensen zoeken een metaverhaal, een groep om toe te behoren. Wanneer gematigde, democratisch verkozen politici het grotere verhaal niet articuleren, doen anderen dat. Populisten en extremisten begrijpen die behoefte feilloos. Hun kracht ligt zelden in betere oplossingen, maar bijna altijd in helderder verhalen. Ze bieden coherentie waar het centrum versnippering biedt. Een richting zal het altijd halen van geen richting.
De ironie is dat we maatschappelijke weerbaarheid behandelen als iets wat we moeten bouwen nadat de schok zich voordoet. Terwijl het in werkelijkheid iets is wat je kweekt in tijden van relatieve rust. Het is het narratief dat er al moet zijn vóór de crisis toeslaat. De gedeelde overtuiging dat een samenleving ergens naartoe werkt, en dat de kosten van die reis het waard zijn. Wie dat verhaal pas begint te zoeken wanneer de schok al bezig is, komt per definitie te laat.
Misschien is de grootste kwetsbaarheid van het Westen vandaag niet economisch of militair. Misschien is ze het ongebreidelde individualisme en het gebrek aan moed om opnieuw de pen vast te nemen en een ambitieus, Europees of Belgisch verhaal te schrijven.
Julien De Wit is auteur, columnist en spreker. Professioneel is hij bezig als strategy consultant onder meer in zijn eigen onderneming Think Ahead Inc. Hij is lid van de Vrijdaggroep.
Weergave van essay in de Knack, geschreven in eigen naam.