Naar overzicht

De ‘Uberisatie’ van werk

Door de druk en de waan van de dag durven we in het publieke debat wel eens het bos door de bomen te missen. Aan die wetmatigheid ontsnapt ook niet de fameuze ‘taks-shift’. Neem de loonlasten. Die zijn in België van toxisch gehalte: het lijkt wel alsof we arbeid als een schadelijk product willen wegbelasten. We zijn het dus al jaren eens dat arbeidslasten omlaag moeten, maar dat is een huzarenstuk wanneer diezelfde lasten ook instant de stijgende uitgaven aan pensioenen en sociale bescherming moeten financieren. De besliste loonlastenverlaging is dus goed nieuws, al zitten er serieuze duivels in de details: pas als alle veranderingen verrekend zijn – nieuwe lasten, loonindexering en looneisen inbegrepen – zal blijken hoeveel effectieve lastenverlaging voor welk type arbeid er daadwerkelijk wordt gerealiseerd.



 



Achter de boom van de loonlasten staat de opdeling van economische activiteit tussen ‘werknemers’ en ‘zelfstandigen'



 



Tot daar één van de bomen. Over naar het bos: de wereld van arbeid. Achter de boom van de loonlasten staat de opdeling van economische activiteit tussen ‘werknemers’ en ‘zelfstandigen’. De discussie over loonlasten is een afgeleide van de grote arbeidsverkaveling in de economie. In zowat alle ontwikkelde landen zijn de sociale-verzekeringskosten die als loonlasten op arbeid wegen het gevolg van tewerkstelling als werknemer. Zelfstandigen hoesten hun sociale zekerheid grotendeels zelf op. Theoretisch zouden ze die kost kunnen doorrekenen aan hun klanten, maar tussen die theorie en de praktijk staan markt en concurrentie. Dat maakt de configuratie van zelfstandige arbeid aantrekkelijker dan die van een werknemersrelatie, althans vanuit een kostenperspectief. Dat maakt van baancreatie ook een fiscale vraag. Dat brengt ons in België naar de taks-shift.



Dat brengt mij tot… Uber. Dat Amerikaanse internetbedrijf voor personenvervoer is bij ons vooral bekend en berucht omwille van zijn confrontatie met taxichauffeurs en taxibedrijven. Maar ook dat conflict is maar één van de bomen. Het bos is de virtuele ‘deeleconomie’ en de manier waarop die arbeid configureert. Of het nu gaat om Uber (taxi), Airbnb (hotel), Taskrabbit (klussendient), Instacart (shopping), en go zo maar door: telkens opnieuw speelt een internetapplicatie interface tussen een klant en een dienstverlener. Het bedrijf achter de interface ontwikkelt de software, brengt klant en leverancier bijeen, garandeert de klant een bepaalde dienst en prijs en garandeert de dienstverlener een klant en een betaling. Voor die tussenschakel rekent het bedrijf een marge en daarop draait de hele winkel.



 



Rechters moeten een vraag van de 21ste eeuw oplossen met instrumenten van het begin van de 20ste eeuw. De oplossing kan niet anders dan een probleem zijn



 



Allemaal logisch, maar ook allemaal revolutionair. In de oude wereld zijn taxichauffeurs (vaak) werknemers van taxibedrijven, zitten hotels vol met dienstpersoneel, de winkels vol met winkelpersoneel, en zo verder. De interface van het internet doorknipt de navelstreng tussen bedrijf en werknemer in wat ooit ‘normale’ arbeidsrelaties waren. In de plaats daarvan krijgen we een universum van vrije atomen die alleen via de internetapplicatie tot kortstondige samenwerkingsverbanden komen. U voelt het al komen: maken we daarvan dan ook werknemers en wie zijn dan de werkgevers?



Als het antwoord op die vraag positief is, dan torpederen we het zakenmodel van een interneteconomie die juist dankzij het vermijden van klassieke dienstverbanden meer diensten en meer arbeidskansen op een meer persoonlijke maat kan aanbieden. Het is juist dankzij de instant-flexibiliteit dat mensen zelf even voor taxi, kok of hotel kunnen en willen spelen en daarvoor passanten als klanten kunnen krijgen. Als het antwoord op die vraag negatief is, dan organiseren we via de verschillen in loonlasten enorme kostenconcurrentie voor klassieke bedrijfssectoren. Dan verhoogt het aanzuigeffect van goedkopere zelfstandige arbeid sterk, met het internet als faciliterend medium. Dan polariseert de arbeidsrealiteit in de diensteneconomie met een hyperflexibele laag dienstenarbeid zonder directe sociale bescherming.



Het is de vraag van één miljoen voor de toekomst van werk. Amazon wil de hele markt van persoonlijke diensten – loodgieters, strijkdiensten en tuiniers inbegrepen – online maken en zelf beheren voor Amazon-klanten. Uber wil zijn App ook gebruiken voor pakjes en brieven: het wordt dan de kruising tussen een taxibedrijf, een pakjesbedrijf en de aloude post. Als die grootste ambities dankzij het internet bewaarheid worden, dan staan we voor de ‘Uberisatie’ van werk. Dan wordt het conflict met de wereld van arbeidsregulering, arbeidsbescherming en arbeidslasten een regelrechte mondiale oorlog.



De eerste schoten van de eerste veldslag zijn alvast gelost. Er lopen intussen in verschillende landen verschillende rechtszaken over het precieze statuut van ‘Uber-partners’: zijn het zelfstandigen die hun eigen boontjes doppen of zijn het werknemers die eten uit de hand en per instructie van Uber? Ik heb medelijden met de rechters. Ze moeten een vraag van de 21ste eeuw oplossen met instrumenten van het begin van de 20ste eeuw. De oplossing kan niet anders dan een probleem zijn. Ofwel ondermijnen ze één van de weinige economische sectoren met echt innovatie- en creatiepotentieel, ofwel ondermijnen ze banen en sociale zekerheid in traditionele beroepsgroepen.



Ik denk dat het bloed zal kruipen waar het niet gaan kan: het gemak en de meerwaarde van diensten op bestelling zijn gewoon te groot. Ik hoop dat we visie zullen hebben die meerwaarde via een gemoderniseerde arbeidsregulering te kanaliseren. Maar ik betwijfel het. Tegenover dat netelige bos is de al zo betwiste taks-shift maar een simpel boompje.



@devosmarc is directeur van denktank Itinera en doceert aan de UGent