Naar overzicht

De geest van Europadag

Op 9 mei 1950 legde de Schumanverklaring de basis voor de Europese integratie: oorlog onmogelijk maken door economische verwevenheid en gedeelde veiligheid. Europadag markeert sindsdien de overgang van rivaliteit naar eenheid. Het onvoltooide project blijft echter een Europese defensie- en politieke unie, die begin jaren vijftig nipt mislukte. 

Vandaag is de geschiedenis terug. Europa krijgt opnieuw de kans veiligheid, defensie en politieke eenheid te herdenken in een wereld van geopolitieke rivaliteit. De vraag is niet of dit moment bestaat, maar of Europa het grijpt – of mist. 

Plannen zijn er volop. De Europese Unie evolueert van een vrijemarktruimte naar een geo-economisch en veiligheidsplatform: defensie-industrie, strategische autonomie, weerbaarheid, geopolitiek handelsbeleid. Maar vooruitgang botst op een structurele beperking: de Europese Unie is niet gebouwd voor defensie en veiligheid, en ze is politiek niet verenigd om die gezamenlijk te organiseren. Zonder politieke eenheid onder alle lidstaten blijven plannen fragmenten. 

Neem defensie. De Duitse herbewapening is de belangrijkste West-Europese strategische verschuiving in decennia. Maar waar kanselier Helmut Kohl destijds Duitsland in het hart van Europese monetaire integratie plaatste, kiest Friedrich Merz voor Duits industrieel leiderschap binnen een Europa van staten. Tegen het einde van het decennium zal Duitsland meer aan defensie uitgeven dan Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk samen. Dat brengt zowaar de ‘Duitse kwestie’ terug: hoe een dominante macht inpassen in een orde die ze niet mag domineren? Een wankelende NAVO en Verenigde Staten die zich meer op Azië richten, schreeuwen om een Europese defensiepijler. Die kan de trans-Atlantische relatie vernieuwen. Zonder die pijler blijven de Europese veiligheid en politiek bedreigd door externe volatiliteit en interne verdeeldheid. 

Een gemeenschappelijke defensie vereist een gemeenschappelijke industriële en technologische basis. In een tijdperk van dual-use-technologie (AI, chips, satellieten, drones, robots) vervaagt de grens tussen civiel en militair. Europa beschikt over de middelen: meer dan 500 miljard euro aan extra defensie- en veiligheidsuitgaven tegen 2035, ieder jaar. De uitdaging is niet de financiering, maar de organisatie en de schaal. 

Het precedent bestaat. Airbus toont dat Europese samenwerking, mits ze langdurig ondersteund wordt, wereldleiderschap kan opleveren. Nota bene: Airbus koste de Europese belastingbetaler omgerekend naar vandaag zowat 20 miljard euro. De keuze is dus niet die tussen ambitie en realiteit, maar die tussen integratie en versnippering. Zonder gezamenlijke aanpak dreigt ofwel blijvende afhankelijkheid, ofwel intra-Europees nationalisme. 

Ook geografie dringt zich op. De Europese Unie ontstond als een open gemeenschap zonder eindgrenzen, maar ze moet nu functioneren in een wereld waar grenzen opnieuw strategisch zijn. Oekraïne, de Westelijke Balkan en Moldavië zijn geen uitbreidingsvraagstukken, maar veiligheidsvraagstukken. Europa’s toekomst wordt opnieuw geografisch bepaald. Economische integratie zonder veiligheidsintegratie is niet langer houdbaar. De oorspronkelijke logica van Europadag – veiligheid als fundament van integratie – moet worden herontdekt. 

Europa staat dus voor een keuze van historische omvang. Niet tussen meer of minder Europa, maar tussen een Europa dat zich organiseert als een geopolitieke actor, of een Europa dat plooit onder externe druk en interne verdeeldheid. Niet sinds 1950 is de geest van 9 mei zo actueel geweest. Voorlopig ontbreekt de politieke verbeelding die daarbij hoort. De geschiedenis wacht niet. De vraag blijft: grijpt Europa zijn rendez-vous met de geschiedenis of laat het anderen de geschiedenis tegen ons inzetten?

Marc De Vos is co-CEO van de denktank Itinera, strategieconsultant en doceert aan de UGent. www.marcdevos.eu

Weergave van column in Trends geschreven in eigen naam