Bestrijd fiscale fraude en internationale belastingerosie
In België wordt de strijd tegen de sociale en belastingfraude verspreid over verschillende departementen. Deze opdeling van verantwoordelijkheden bevordert de efficiëntie niet. Een concrete hervorming zou het geheel van de inspectie- en controlediensten binnen een en hetzelfde agentschap voor de strijd tegen sociale en fiscale fraude moeten verzamelen. Het principe is gebaseerd op doeltreffendheid: “1 agentschap = 1 doel”. Men vermijdt hiermee ook verwarring en verantwoordelijkheidsconflicten. Dit agentschap ontvangt een budget van de overheid op basis van de bereikte resultaten. Het agentschap is volkomen onafhankelijk en gedecentraliseerd, wat een grote flexibiliteit toelaat in de strijd tegen sociale en fiscale fraude (zoals het succes van FAVV bewijst).
Een andere deugd van de hervorming is dat de interne organisatie zeer geschikt is voor moderne managementtechnieken. Het personeel heeft ook een duidelijk idee van wat er van hen verwacht wordt. Het kan zich gemakkelijker identificeren met zijn dienst, en zo ontstaat er een groepssfeer die de samenwerkingsdynamiek en teamwerking verbetert. Uiteindelijk zal de concentratie van de activiteiten in één agentschen. Het agentschap is verplicht verantwoording af te leggen aan het parlement over zijn werkingap met één duidelijke missie de democratische controle van publieke activiteiten vereenvoudig.
Schema: Itinera’s voorstel van eengemaakt agentschap voor de fraudebestrijding

Wel kan de fiscale situatie niet geïsoleerd bekeken worden. Ook ons land moet aandringen op een coördinatie en coherent internationaal regime van bedrijfsfiscaliteit. Dat het mogelijk is om hierin verandering te brengen, bewijst het onder druk komen van de belastingparadijzen voor natuurlijke personen.
Het alternatief is een zogenaamd eenheidsbelastingsregime waarbij winsten opgesplitst worden naar de vestiging waarin hun activiteiten werkelijk plaats vinden. Daartoe moeten landen het echter eens worden over een formule om bijvoorbeeld verschillende criteria zoals personeel, activa en omzet te combineren. De Europese Unie kan hiertoe lessen trekken uit de Amerikaanse ervaringen met de zogenaamde “formulary apportionment methode”. Een opsplitsing van een extreem geïntegreerde multinational op transactiebasis leidt immers vaak niet in het minst op het vlak van “tax fairness” tot een erg onbevredigend resultaat. Het is immers niet gemakkelijk om tot een eerlijke verdeling te komen van de belastingbasis over verschillende jurisdicties. De huidige combinatie van bronstaat –en woonstaatbeginsel voldoet in elk geval niet. Bedrijven moeten ook aangemoedigd worden om in hun jaarverslag en aanverwante publicatie informatie te verstrekken over de belastingen die ze wereldwijd betalen. Dergelijke transparantie zal ervoor zorgen dat het debat ook meer geïnformeerd kan verlopen.
“Taxshift, Waarom ons land een belastinghervorming nodig heeft” verschijnt bij Lannoo: http://www.lannoo.be/taxshift