Naar overzicht

Krijgt geestelijke gezondheidszorg na corona de aandacht die het verdient?

Goed bestuur focust zich in het post-coronatijdperk op de uitbouw van een sterk promotie- en preventiebeleid in de geestelijke gezondheidszorg, schrijft Annelies Minne, intern bij Itinera.

Het belang van een sterke geestelijke gezondheidszorg (GGZ) werd pijnlijk duidelijk tijdens de coronacrisis: niet enkel onze ziekenhuizen overstroomden, maar ook de hulplijnen & geestelijke gezondheidswerkers hadden de handen meer dan vol. Zo steeg het aantal contacten bij de hulplijn AWEL tussen 2019 en 2020 met 21 procent, bij Tele-Onthaal steeg het aantal oproepen met 15,1 procent.

De druk op onze geestelijke gezondheidszorg is helaas niets nieuws, ook vóór corona was de situatie nijpend. Eén op drie Belgen van 15 jaar of ouder ervaart psychische problemen, en één op vijf heeft een reële kans op het ontwikkelen van een psychische stoornis. De (verdere) uitbouw van het beleid rond promotie van geestelijke gezondheid en preventie van psychische stoornissen wordt steevast als piste opgeworpen, maar krijgt nog niet de aandacht die het verdient.

Structurele pijnpunten zoals de wachtlijsten of de onder- én de overbehandeling van mensen met psychische problemen en stoornissen illustreren een hoge maatschappelijke nood voor psychische ondersteuning, dat onze GGZ niet beantwoordt. De OESO schat de economische kostprijs van geestelijke gezondheidsproblemen in België op 20,7 miljard euro, of 5.1 procent van ons bbp. De GGZ staat onder druk; enkel met goed bestuur dat structurele antwoorden durft te bieden op aanslepende problemen komen we er door.

Ontoereikend basisaanbod en bestaand aanbod overbevraagd

Vandaag investeert België 4.5 procent van het gezondheidszorgbudget aan geestelijke gezondheidszorg, wat laag is in vergelijking met onze buurlanden (Luxemburg, 13 procent; Verenigd Koninkrijk, 12 procent; Duitsland, 10 procent; Nederlands, 8 procent).

Daarvan gaat 87 procent naar psychiatrische ziekenhuizen, waardoor België voornamelijk investeert in de structurele ondersteuning van mensen die gespecialiseerde zorg nodig hebben. Deze zorgvorm is onmiskenbaar belangrijk, maar duur voor de maatschappij en ontoereikend wanneer minder gespecialiseerde alternatieven ontbreken.

De WGO adviseerde in 2007 een optimale mix aan zorgdiensten, waarbij zorgvormen proportioneel aan het aantal burgers dat er nood aan heeft worden opgezet: visueel dus een piramide. België heeft nood aan meer diensten voor mensen die lijden aan psychische problemen en mensen die lijden aan de meest voorkomende psychische stoornissen, zoals depressie en angststoornissen. Deze groepen zijn verantwoordelijk voor het grootste aandeel ziektelast in de populatie en zijn gebaat bij zorg die zich in de basis van de WGO-piramide bevindt: 'eerstelijnsgezondheidszorg', 'informele zorg in de gemeenschap' en 'zelfzorg'.

Dit is het domein van promotie, preventie en vroeginterventie: psychologische interventies die zich richten op de versterking van beschermingsfactoren, het voorkomen van risicofactoren, klachten of stoornissen door vroeg in het ziekteproces in te grijpen. Momenteel ontvangt dit domein zeer weinig financiering, waardoor het niet verbaast dat het aanbod sterk ontoereikend is. Cru gezegd, onze piramide staat op zijn kop: topzwaar met een smalle basis, een recept voor problemen.

Voorkomen is beter dan genezen

Wegens een gebrekkig basisaanbod worden mensen die lijden aan psychische problemen en mensen die lijden aan 'common mental diseases' doorgestuurd naar (wachtlijsten van) gespecialiseerde diensten, die zo op hun beurt overvraagd worden. Bovendien groeit tijdens die wachttijd de ernst van de problemen en daalt de motivatie voor behandeling. Promotie van geestelijke gezondheid en preventie van psychische problemen of stoornissen kan bescherming bevorderen of inspelen op klachten voordat ze ernstiger worden: voorkomen is beter (en goedkoper) dan genezen.

De (verdere) realisatie van een promotie en preventiebeleid kan gevestigde problemen zoals wachttijden en overbehandeling milderen, door enerzijds de huidige - vaak gespecialiseerde - geestelijke gezondheidszorgdiensten te ontlasten en anderzijds meer alternatieven voor de gespecialiseerde zorgvormen aan te bieden. In Vlaanderen vormt het nieuwe decreet voor geestelijke gezondheid (2019) een goede basis om de meer optimale mix aan zorgvormen te realiseren. Op federaal niveau lijkt het eerstelijnspsychologenproject een belangrijke piste om verder te bewandelen.

Opschalen van wat bestaat én werkt

Het warm water moet niet heruitgevonden worden: Vlaanderen herbergt meerdere goede voorbeelden die werken. Niet zelden vinden ze hun oorsprong bij het rijk bezaaide middenveld aan preventie- en promotie organisaties. Initiatieven als TEJO en Fonds GavoorGeluk komen voort uit filantropie, zijn sterk en geven grote aandacht aan promotie, preventie en vroeginterventie in de GGZ. Het Steunpunt Geestelijke Gezondheid - TeGek!? Is een voorbeeld van een actor die zich meer algemeen op promotie en preventie richt.

De ondersteuning en opschaling van zulke initiatieven zijn wenselijk voor een sterker promotie- en preventiebeleid. Initiatieven die werken, verdienen een rol in de structurele ondersteuning van mensen die lijden aan psychische problemen en 'common mental diseases', door betrokken te worden in overleg over concrete prioritaire doelstellingen voor promotie en preventie op lange termijn. Samenwerking tussen de belangrijkste netwerken en bestaande promotie- en preventie actoren, zoals relevante netwerken, de Vlaamse Logo's (loco-regionale gezondheidsoverleggen), Steunpunt GG-Te Gek!? en het Vlaams Instituut Gezond Leven, is essentieel.

In België en meer specifiek Vlaanderen, bestaan er talloze initiatieven die de geestelijke gezondheid willen promoten en die psychische problemen en psychische stoornissen willen voorkomen. Veelal bestaan er geen (objectieve) evaluaties van zulke interventies, wat onontbeerlijk is wanneer men opschaling overweegt. Evalueer daarom bestaande initiatieven op vlak van werkzaamheid, kosten-effectiviteit, return-on-investment en de kost van opschaling, aangepast aan de noden en realiteit van de geestelijke gezondheidszorg.

 

 

Goed bestuur focust zich in het post-coronatijdperk op de uitbouw van een sterk promotie- en preventiebeleid in de geestelijke gezondheidszorg. Door te investeren in meer alternatieven voor gespecialiseerde zorg, wordt de mix aan zorgdiensten optimaler. Met een sterker basisaanbod, dat focust op promotie, preventie en vroeginterventie, kunnen psychische problemen en stoornissen voorkomen worden. Hierbij kan Vlaanderen al uit een rijk aanbod aan goede voorbeelden putten, die via evaluaties op maat van de sector opgeschaald kunnen worden. De (verdere) uitbouw van het beleid rond promotie van geestelijke gezondheid en preventie van psychische stoornissen wordt terecht als piste tot een sterkere GGZ opgeworpen en krijgt post-corona hopelijk de aandacht die het verdient.