Naar overzicht

De catch 22 van onze tijd

Veiligheid is duurder geworden. Niet een beetje, maar structureel. Dat heet ‘defensie-inflatie’. Als de vraag naar middelen voor veiligheid en defensie plots toeneemt, stijgt de prijs, maar daar blijft het niet bij. Defensie-inflatie houdt in dat de kosten voor militair materieel (wapens, voertuigen en technologie) en personeel sneller stijgen dan de algemene consumenteninflatie. Dat betekent dat defensiebudgetten minder waard worden, omdat materieel voor defensie sneller duurder wordt dan het gemiddelde prijspeil. 

De wereld vraagt om meer veiligheid, terwijl de prijs per eenheid veiligheid stijgt. Wie vroeger één eenheid nodig had tegen 10 euro, heeft er nu twee nodig voor 20 euro per eenheid. De factuur verviervoudigt, maar het gevoel van bescherming groeit niet mee. Tel daarbij dat de Europese defensie-uitgaven grotendeels via versnipperde nationale programma’s verlopen: te kleine, versplinterde markten, te weinig gecoördineerde productie- volumes, hoge stukprijzen. 

De veranderde geopolitieke context zal vroeg of laat iedereen raken. Het debat daarover wordt gevoerd alsof het een techniciteit is, een begrotingspost die je bijstelt zoals je aan een thermostaat draait. Dat is het niet. Het gaat over een fundamentele herschikking van de welvaart in Europa en de vraag wie daarvoor betaalt. 

We leven in een tijd waarin de overheidsschuld in veel Europese landen de pan uit rijst. Al die hogere prijzen voor defensie komen boven op het al beperkte overheidsbudget. Daar ontstaat de catch 22 van onze tijd. Niet investeren in defensie betekent welvaartsverlies: geopolitieke irrelevantie, uitsluiting uit Europese en NAVO-waardeketens, strategische kwetsbaarheid die op haar beurt economische groei ondermijnt. En vooral ook het potentieel dat een land mist als het niet meesurft op de golf van kansen en innovatie die in het verleden vaak gepaard ging met crisistijden. Wie niet in veiligheid investeert, zal structureel verarmen. 

Die medaille heeft ook een andere kant: wel investeren betekent een zware factuur boven op de al gespannen begroting. En België is geen uitzondering: overal in Europa staan overheden voor dezelfde spanning tussen noodzaak en betaalbaarheid. Die factuur komt onvermijdelijk bij ons allemaal terecht. 

De wereld is veranderd en de kosten van die verandering zijn reëel. Maar ze zijn ook normaal. Elke grote verandering gaat gepaard met investeringen. Maar juist omdat we die investeringen allemaal zullen voelen, zijn twee dingen essentieel. 

Ten eerste: maximale coördinatie van uitgaven en financiering. We kunnen ons de verloren kosten door gebrekkige samenwerking of afstemming tussen beleidsniveaus niet permitteren. Het debat over het rendement van die investeringen moet worden gevoerd en we moeten streven naar een hoger rendement dan veiligheid alleen. Niet alleen veiligheid dus, maar ook banen, nieuwe markten, internationale positionering en dual-usetechnologie. 

Daarnaast: er is ook nood aan meer publiek debat. De verandering van de geopolitieke context gaat alle mensen in de samenleving aan. Het debat moet dan verder gaan dan technocratische communiqués of stoere defensieretoriek. Alles draait om afwegingen in het leven. Dat is in de economie niet anders. Investeren in het ene, impliceert besparen ergens anders. 

De geopolitieke omslag is bij uitstek een maatschappelijke omslag. Dan dringt zich de vraag op: waar blijft de stem van de samenleving? Veiligheid kost geld, onveiligheid ook. Dat dilemma mag niet over de hoofden van burgers heen worden besproken. Het vraagt een open gesprek over de partijgrenzen heen, met de mensen erbij die de factuur uiteindelijk zullen dragen. Dat is niet comfortabel. Maar democratische legitimiteit vereist precies dat een samenleving fundamentele keuzes maakt over haar veiligheid en welvaart.

Julien De Wit De auteur is publicist, ondernemer, eigenaar van het strategisch consultancybureau Think Ahead Inc. en onderzoeker bij de denktank Itinera. juliendewit.be 

Weergave van column in Trends, geschreven in eigen naam.