Naar overzicht

De tewerkstellingsdynamiek van de inwoners van de Vlaamse steden en gemeenten: het mysterie van de kust?

Deze infografiek toont opvallende verschillen in tewerkstellingstrends tussen Wallonië en Vlaanderen. In Wallonië heeft de lage werkgelegenheidsgraad in de stedelijke centra een aanzienlijke neerwaartse invloed op het regionale gemiddelde. In Vlaanderen daarentegen is de verdeling van de werkgelegenheid onder de inwoners gelijkmatiger tussen de steden en gemeenten, met uitzondering van Antwerpen. De werkgelegenheid blijft echter laag aan de kust en in de grensgemeenten met Nederland.

Herinnering: statistisch gezien wordt de bevolking op arbeidsleeftijd (18-64) verdeeld in werkenden, werklozen en inactieven. De arbeidsparticipatie is het aandeel van zij die werken in de bevolking op arbeidsleeftijd. In België bedraagt de werkgelegenheidsgraad in 2021 ongeveer 70% voor de bevolking tussen 18 en 64 jaar. We werken op basis van administratieve gegevens uit de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.[1] 

De werkgelegenheidsgraad is gebaseerd op de woonplaats (niet op de plaats van tewerkstelling).

In het vorige deel van deze infografiek werd gekeken naar de uiteenlopende tendensen in de werkgelegenheid van de inwoners van Wallonië tussen de stedelijke centra en de randgemeenten, alsook in de gemeenten die grenzen aan Luxemburg en Duitsland. Hieruit bleek dat het zwaartepunt van de werkgelegenheidsdynamiek naar beneden wordt getrokken door de grote stedelijke centra. We breiden deze analyse uit met de werkgelegenheidsdynamiek in Vlaanderen. Het doel is om te bepalen of een vergelijkbaar fenomeen zich ook in Vlaanderen voordoet. 

Tewerkstelling van inwoners in Vlaanderen in 2006 en 2021

Bij de vorming van de Vivaldicoalitie in 2020 werd als doelstelling vooropgezet om tegen 2030 een werkgelegenheidsgraad van 80% te bereiken.[2]

In Vlaanderen is de werkgelegenheidsgraad, die 68,4% bedroeg in 2006, gestegen tot 74% in 2021. Een meer gedetailleerde analyse, zoals weergegeven in figuur 1, laat een algemene groei zien in de tewerkstelling, zij het met een vrij uitgesproken contrast tussen het westen en het oosten. Dat laatste is geen nieuwe vaststelling; de wortels ervan liggen deels in de ongelijkheid qua menselijk kapitaal. In 2021 zal het aandeel hoger opgeleiden in de beroepsbevolking 39,2% bedragen in Limburg, tegenover 43,5% in Antwerpen en 53,2% in Vlaams-Brabant.[3]

Een andere verklaring is het minder ontwikkelde netwerk van openbaar vervoer in Limburg in vergelijking met Vlaams-Brabant en Antwerpen. Dit beperkt de actieradius en de pendelbewegingen die de werkgelegenheid bevorderen.[4]

De lage werkgelegenheidsgraad in de kustgemeenten is moeilijker te verklaren. De grotere concentratie van gepensioneerden is geen verklaring, aangezien we het aandeel van de 18-64-jarige inwoners met een baan van deze gemeenten meten. Geprivilegieerde jongeren zoals in de Knokke off-reeks, een groot aantal vroeggepensioneerden, of mensen met een leefloon zoals in Oostende? Of is het gewoon zo dat de leeftijdsstructuur van de bevolking anders is dan in de andere gemeenten?  Deze vraag over de invloed van de leeftijdsstructuur op de werkgelegenheidscijfers zal in een toekomstige infografiek aan bod komen. 

Figuur 1 belicht een dubbel fenomeen.

Werkgelegenheidsgraad van inwoners

Figuur 1: Bron: Steunpunt Werk en eigen berekeningen

Enerzijds worden bepaalde stedelijke centra, zoals Antwerpen en Gent, getroffen door de groei van de voorsteden zoals we die ook in de grote stedelijke gebieden van Wallonië waarnemen. Werkenden trekken naar de rand van de stad. Vlaams-Brabant profiteert sterk van de suburbanisatie ten westen van Brussel. 

Aan de andere kant hebben steden zoals Gent, Leuven of Brugge nog steeds een hoge werkgelegenheidsgraad. In vergelijking met de kaart van Wallonië (figuur 1) is het belangrijk om op te merken dat de kleurschakeringen in de legende niet dezelfde werkgelegenheidsniveaus weergeven voor de Vlamingen als voor de Walen. We zullen de regio’s vergelijken op basis van een gemeenschappelijke schaal door eenvoudigweg de (grote) Vlaamse en Waalse gemeenten over elkaar te leggen.

Het zwaartepunt van de werkgelegenheid in Vlaanderen

We gaan het "zwaartepunt" van de werkgelegenheidsgraad van de inwoners van de steden en gemeenten in Vlaanderen weergeven om de situatie beter te objectiveren en het werkgelegenheidsbeleid gerichter te sturen. 

De horizontale as in figuur 2 geeft de werkgelegenheidsgraad van de inwoners van de steden en gemeenten in 2006 weer, en de verticale as de werkgelegenheidsgraad in 2021 (rekening houdend met het feit dat de woonmobiliteit en de migratie de verhouding tussen steden en gemeenten in die periode aanzienlijk hebben herschikt). Elke gemeente wordt voorgesteld door een cirkel waarvan de diameter evenredig is met haar bevolking. De plaats van de cirkel hangt af van de arbeidsparticipatie in 2006 en 2021. De hoofddiagonaal vertegenwoordigt een gelijk gebleven arbeidsparticipatie tussen 2006 en 2021. Een gemeente boven deze diagonaal heeft dus een stijgende arbeidsparticipatie, en omgekeerd voor een gemeente onder de diagonaal.

Vergelijking werkgelegenheidsgraad 2006 en 2021 voor inwoners van Vlaamse steden en gemeenten.png

Figuur 2. Bron: Steunpunt Werk en eigen berekeningen - Inwoners komt overeen met de bevolking op arbeidsleeftijd.

Zoals figuur 1 al liet zien, stijgt de werkgelegenheidsgraad in bijna alle Vlaamse gemeenten. Steden zoals Genk en Antwerpen hebben een relatief beperkte impact op de regionale werkgelegenheidsgraad in vergelijking met Wallonië, als we deze figuur vergelijken met figuur 2 in onze vorige infograpfiek voor Wallonië. De werkgelegenheidsgraad van de inwoners is hoog in de andere niet-stedelijke gemeenten en deze gemeenten hebben een groter demografisch gewicht dan Wallonië. 

Vergelijking van de dynamiek van de grote Waalse en Vlaamse gemeenten

Om de verschillen in dynamiek tussen de gewesten beter te visualiseren, brengen we de werkgelegenheidsgraad van de grote gemeenten in Vlaanderen samen met die van de grote (in termen van bevolking) gemeenten in Wallonië. Figuur 3 volgt hetzelfde principe als figuur 2 door de 40 grootste Vlaamse gemeenten (in oranje) en de 40 grootste Waalse gemeenten (in blauw) over elkaar te leggen. Elke gemeente wordt voorgesteld door een cirkel waarvan de diameter evenredig is met haar bevolking op arbeidsleeftijd en waarvan de positie wordt bepaald door de werkgelegenheidsgraad van haar inwoners in 2006 (horizontale as) en in 2021 (verticale as). 

De bevindingen zijn vrij duidelijk. Ten eerste is er een aanzienlijk niveauverschil, waarbij het zwaartepunt van de Waalse gemeenten beduidend lager ligt dan dat van de Vlaamse gemeenten.

Vergelijkende werkgelegenheidscijfers in 2006 en 2021 voor inwoners van grote  Vlaamse en Waalse gemeenten.png

Figuur 3: Bron: Steunpunt Werk en eigen berekeningen - Inwoners komt overeen met de bevolking op arbeidsleeftijd. In Wallonië wonen in de 40 grootste gemeenten 47,8% van de beroepsbevolking, tegenover 41% in Vlaanderen.

Bovendien is in Vlaanderen, met uitzondering van enkele eerder vermelde gemeenten, de spreiding van de werkgelegenheidsgraad lager dan in Waalse gemeenten, met een hoge concentratie van Vlaamse gemeenten rond de 75% werkgelegenheidsgraad bij hun inwoners. Dit is in lijn met onze infografiek 5, waarin we de ongelijkheid qua werkgelegenheid tussen de gewesten en binnen de gewesten uitsplitsten. Daaruit bleek dat, stabiel doorheen de tijd, de intra-Vlaamse ongelijkheid goed was voor 20% van de totale werkgelegenheidsongelijkheid, tegenover 60% intra-Waals en 20% interregionaal. 

Dat steden zoals Gent, Brugge en Leuven een werkgelegenheidsgraad van meer dan 70% kennen, wijst op een goed functionerend werkgelegenheidsbeleid in deze steden. Deze succesverhalen zouden als model kunnen dienen voor de grote stedelijke centra van Wallonië, die te kampen hebben met een gebrek aan werkgelegenheid onder hun inwoners en het risico geïsoleerd te raken.

Over het algemeen bevestigen deze vaststellingen onze eerste indruk. Ondanks bepaalde structurele, historische en culturele verschillen, die we niet over het hoofd willen zien, lijkt het onbetwistbaar dat er ruimte is voor inspiratie in het Vlaamse model. Vlaanderen is onderhevig aan hetzelfde fenomeen van suburbanisatie als Wallonië, maar slaagt er niet alleen in om de werkgelegenheidsgraad van haar inwoners in alle gemeenten te verhogen maar tegelijk de samenhang binnen de regio te behouden.

 


[1] De gegevens van Steunpunt Werk worden ontleend aan verschillende administratieve bronnen: RSZ, RSVZ-INASTI, RIZIV-INAMI, RVA-ONEM, Statbel, DWH AM&SB binnen BCSS, BISA.  Deze administratieve gegevens zijn te onderscheiden van enquêtegegevens zoals die van de arbeidskrachtenenquête (EAK-LFS van de FOD Economie) die gebruikt worden voor internationale vergelijkingen. Deze enquête is gebaseerd op antwoorden op de volgende vragen: Heb je werk of ben je op zoek naar werk? Bent u beschikbaar voor werk binnen een bepaalde periode? Steekproeffouten en subjectiviteitsbias beperken de relevantie van deze gegevens.

[3] Zie in het bijzonder Stijn Baert (2022), Hoe verhouden onze provincies zich qua arbeidmarktprestaties? Cijfers en reflecties, UGent.

[4] Zie Isabelle Thomas et al (2017), Migration and commuting interactions fields: a new geography with community detection algorithm?, Belgian Journal of Geography https://doi.org/10.4000/belgeo.20507

 

De auteurs willen Stijn Baert, Bart Cockx en Isabelle Thomas bedanken voor hun verschillende suggesties. De verantwoordelijkheid blijft uiteraard bij de auteurs liggen.